CARMEN

2026

/

Collaboration

© Gabriela Carrizo 

OVER DEZE PRODUCTIE



‘Ik bewaak mijn geheim, en ik bewaak het goed.’


‘Wie weet aan welke demon ik ten prooi dreigde te vallen!’ Een kus van zijn moeder, overgebracht door de jonge Micaëla, en de herinnering aan zijn geboortedorp hebben Don José net op tijd gered. De ‘demon’ waarnaar hij verwijst, is de vrouw die hem kort daarvoor uitdagend een bloem toewierp – niet naar een van de vele mannen die gretig op haar wachtten, maar naar hem, een onbekende officier, de enige die haar geen aandacht had geschoken. José voelt onmiddellijk de macht die Carmen over hem heeft. Hij zal voor haar vallen met heel zijn wezen, deserteren en een misdadiger worden, alleen maar om bij haar te zijn. En wanneer zij zich van hem afkeert en een affaire begint met de stierenvechter Escamillo, zal hij haar doden.


De fascinatie die Carmen uitoefent, is nauw verbonden met haar onvoorspelbaarheid. Dit komt het duidelijkst tot uiting in het recht dat ze opeist om vrij haar partners te kiezen en weer achter zich te laten: van liefde moet je genieten, maar je mag haar niet afdwingen of vasthouden. Voor José daarentegen moet liefde eeuwigdurend zijn; zij is bezitterig en jaloers – het verlies ervan of de concurrentie erom krenkt zijn ego en lokt geweld uit. Carmen’s nadrukkelijk tentoongestelde seksuele onafhankelijkheid werd door de burgerlijke moraal van de 19e eeuw (en daarna) als beledigend, zelfs schandalig beschouwd. Het publiek van de Opéra-Comique in Parijs, waar ze in 1875 voor het eerst op het podium verscheen, accepteerde deze protagonist alleen omdat ze als ‘zigeunerin’ en sociale buitenstaander stevig verankerd was in een radicaal anders-zijn. Juist dat maakte haar des te gevaarlijker: het gaf haar de kracht om verleidelijke en ontregelende tegenbeelden op te roepen — tegenover bestaande opvattingen over hoe men hoort te leven, tegenover conventies en sociale beperkingen.


Wanneer José – gedegradeerd omdat hij haar gered heeft van gevangenschap – in de tweede akte van Bizets opera Carmen opzoekt om de beloofde beloning in ontvangst te nemen, plaatst zij hem voor een nieuw dilemma. Als hij echt van haar hield, zegt ze, zou hij geen gehoor meer geven aan de oproep om naar de kazerne te gaan, maar haar volgen en zich ‘daar in de bergen’ overgeven aan ‘dat bedwelmende iets’ dat ‘vrijheid’ heet. Carmen opent perspectieven die vertrouwde zekerheden uit balans brengen – of het nu gaat om het verlangen naar veiligheid en status, het voorrang geven aan de toekomst boven het heden, het geloof in een hiërarchische samenleving of de behoefte aan duidelijke grenzen en ondubbelzinnige identiteiten.


In de novelle Carmen van Prosper Mérimée, de literaire bron van de opera, is José zelf de verteller van zijn verhaal. Op het toneel kreeg Carmen noodgedwongen haar eigen stem; toch onthult ze nauwelijks iets van haar innerlijke leven. Terwijl Bizet de muziek van José voorzag van een hartstochtelijke en steeds agressiever wordende expressie, verwerkte hij in de muziek van Carmen Spaanse en ‘zigeuner’-elementen naast de populaire muziek van die tijd. Maar waar speelt Carmen slechts een rol, en waar toont ze haar ware zelf? Door snel te wisselen tussen zichzelf geven en onthouden, is ze als licht dat niet te grijpen is.


In haar voorstelling gaat regisseur en choreografe Gabriela Carrizo op zoek naar de identiteit en drijfveren van deze bijna mythische vrouw, waarbij ze zich richt op zowel het perspectief van Carmen als dat van José. Net als in haar creaties voor haar dansgezelschap Peeping Tom, die bekendstaan om hun intense lichamelijkheid, gelaagde betekenissen en poëtische kracht, zoomt ze in op de psyche en het onderbewuste van de personages. Naast het uitbeelden van een fatale relatie wil Carrizo ook voelbaar maken welke rol de context van de hoofdpersonages speelt in de dynamiek van het verhaal en in de tragische afloop ervan. Welke rol spelen familiebanden – vooral de relatie van José met zijn moeder – en de twee personages die niet in de novelle van Mérimée voorkomen: Micaëla met haar ‘respectabele’ vrouwelijkheid, en Escamillo met zijn uitgesproken mannelijkheid? En ten slotte, in hoeverre wordt alles bepaald door de verschillende sociale groepen – waarvan José zich uiteindelijk even vervreemd voelt als Carmen? Bizets opera is ook een verhaal over de confrontatie met het andere (in anderen en in onszelf), over de vraag of we dat als verrijkend of bedreigend ervaren, en hoe we ermee omgaan.


Tekst door Christian Arseni


Een kleurovergang van rood naar zwart.

GEDETAILLEERDE INFO

Regie / Choreografie

Gabriela Carrizo 


Dirigent

Teodor Currentzis


Decor / Kostuum  

Christof Hetzer


Lichtontwerp

Tom Visser


In co-realisatie met

Raphaëlle Latini


Dramaturgie

Christian Arseni


Choreografisch assistent 

Charlie Skuy


Regie-assistent

Helena Casas


Uitvoerende productie

Maria Mitroshina


Performers van Peeping Tom  

Eurudike De Beul

Fons Dhossche

Amparo Cortés

Boston Gallacher

Balder Hansen

Chey Jurado

Seungwoo Park

Romeu Runa

Eliana Stragapede


▌Cast


Carmen

Asmik Grigorian


Don José

Jonathan Tetelman


Micaëla

Kristina Mkhitaryan


Escamillo

Davide Luciano


Frasquita

Iveta Simonyan


Mercédès

Anita Monserrat


Zuniga

Matthias Winckhler


Moralès

Liviu Holender


Le Dancaïre

Michael Arivony


Le Remendado

Mingjie Lei


Ensembles 


Utopia Choir

Vitaly Polonsky (Chorus Master)


Salzburg Bach Choir

Michael Schneider (Chorus Master)


Salzburger Festspiele und Theater Kinderchor

Wolfgang Götz, Regina Sgier (Chorus Masters)


Utopia Orchestra 


▌Peeping Tom Team


Zakelijk leider

Veerle Mans 


Tourmanager

Alina Benach Barceló


Technische coördinator

Gilles Roosen


Productiemanager

Rhuwe Verrept


Communicatie verantwoordelijke  / PR

Ingmar Doumen

Achtergrond met een zwart-rood kleurverloop.